donderdag 26 februari 2009
woensdag 25 februari 2009
prima prins

Het is een jaar later.
De kikker, die zich als prins voordeed, en een kikker bleef, is van het toneel verdwenen.
Geen applaus, geen open doekje, geen bloemen.
Al snel rolde er, uit de coulissen, een nieuwe kikker tevoorschijn.
Dit kon niet anders dan een kikker zijn, dacht het prinsesje, dat eigenlijk geen prinsesje was.
Maar nee, hij was een joker. En daarna een rots. En toen een dandy, met een heel raar Japans mutsje op. O nee, toch een stofzuigende manager, nee, een voetbalkijkende bierdrinkende provinciaal, of toch ineens ...eh... een prima prins! Om dan in een oogwenk weer te veranderen in een joker...
woensdag 18 februari 2009
dan maar flower power
Terwijl mijn fiets gewoon hier voor de deur stond. Het achterlichtje zat aan het kinderzitje vast.
Dat het een ‘mamma-fiets’ is en mijn kleutertje nu zonder licht sneller aangereden zou kunnen worden heeft de dief niet op andere gedachten gebracht.
Ik vraag me af wat voor gedachten de dief dan had.
Gewoon gratis aan fietslichtjes komen? Waarom ze dan niet in een winkel jatten, als je zo arm bent dat je ze niet kunt betalen. Als je armer bent dan ik.
Het staat ergens voor; voor een manier van denken, of voor ontbreken van gedachten, voor een gebrek aan benul. Opportunistisch onbenul.
Ander voorbeeld; vandaag in de krant, ‘Jack de Knipper’ is opgepakt, hij knipte tot 3 keer toe de liftenkabels van 16 liften van een 12 verdiepingen hoge flat door. Niemand die het snapt:
‘(…)Het duurde soms enkele dagen voordat de bewoners weer met de lift konden, wat voor sommige oudere bewoners op de hoogste etages betekende dat ze thuis moesten blijven. (…) De politie weet niet waarom de 22-jarige de kabels heeft doorgeknipt. Hij wordt nog verhoord. ‘Dit is geen kattenkwaad. Voor dergelijke vernielingen moet je ook enige kennis van zaken hebben, en het juiste gereedschap’, aldus de politiewoordvoerder. (…)’. (volkskrant.nl)
Wat heeft die gozer? Een traumatische ervaring met flatbewoners, en zo zet hij het ze betaald? Een duistere liftkabelfetish?
In dezelfde krant van vandaag, de jongen die valkuilen groef, met een betonnen blok met scherpe punten op de bodem, weigert psychiatrisch onderzoek.
‘(…)De rechtbank in Roermond heeft woensdag de zaak aangehouden tegen de 24-jarige Ferry B., die wordt verdacht van het graven van drie valkuilen in de Heldense bossen in Noord-Limburg. (…) Het OM verdenkt B. van het graven van drie valkuilen met op de bodem een betonblok met scherpe pinnen. Twee mensen vielen vorig jaar in die valkuilen en raakten gewond. Justitie vervolgt hem voor meerdere pogingen tot doodslag en zware mishandeling. (…)’ (volkskrant)
En hij, een hekel aan argeloze wandelaars op zich? En lag hij zich dan in het struikgewas te verkneukelen als er iemand in zijn kuil viel?
De wereld is gek. Psychopathisch, sadistisch, evil…
Nee, sommige mensen zijn volslagen gestoord en hebben het op onschuldigen gemunt. Geen schuldgevoel, geen medemenselijkheid. Geen benul.
Maar dan, wat voor leven hebben die gastjes? Zonder het vermogen tot invoelen, meevoelen? In wat voor ijskoude werkelijkheid leven zij?
Ik ontmoette op een grijze zondag een oude hippie in het bos. Heeft zijn hele leven naar India gereisd, half jaar daar, en half jaar hier om geld te verdienen om weer daar naartoe te gaan. Hij vertelde tegen zijn collega’s de eerste sneeuwklokjes gezien te hebben. Ze lachten hem vierkant uit.
Het Westen is cynisch, gestressed, materialistisch, blind.
Nee, sommige mensen hebben het vermogen verloren zich te verheugen met iets kleins, wat langs de weg groeit, wat je niet kunt kopen en gewoon kunt bekijken zonder te hebben.
En sommige mensen hebben dat vermogen niet verloren. Ik weet niet hoeveel dat er zijn, of de Wereld, de Mens goed is of slecht.
Maar leve de sneeuwklokjes, en de mensen die ze zien.
zondag 8 februari 2009
De das en de mol
Het was bitter koud en donker.
Geen ster te zien, geen sikkeltje maan, niks. De hemel ging naadloos over in de aarde. Aardedonker dus.
“Een graf”, dacht de das. “Of de hel”
Hoezo zou de hel vol vlammen zijn? Nee, veel te warm en te licht. Het zou juist de afwezigheid van warmte en licht zijn, het kouwe donkere niks, en dan voor altijd. Hij zuchtte diep.
De das was somber. Heel somber, om niet te zeggen: Depressief.
Hij zat op de nul-lijn, of nee, veel lager.
Nul-lijn was eigenlijk nog redelijk normaal, daar kon je nog mee over straat, maar dat gebeurde niet vaak meer. De das kwam liever pas ’s nachts uit zijn hol, als de meeste dieren sliepen.
Dat scheelde weer het banale; ‘hee, hoe is-tie?’, en dat hij dan zou moeten antwoorden; ’ja, z’n gangetje’.
Nee, dat kon hij echt niet meer opbrengen, daarvoor zat hij al te diep en was hij veel te ver heen.
“Hee, das, zo laat op pad?” klonk het monter aan zijn rechterkant, gevolgd door een opgewekt “hoe is-tie?”
De das kromp ineen. Ook dat nog. De mol. Die zat vast om een praatje verlegen.
Niet af te schudden natuurlijk.
“Oh, best” mompelde hij, terwijl hij gestaag voort schuifelde, het bospad af.
“Ho ho” lachte de mol, “best zei je? Nou mijn moeder zei altijd; best is niet best. Snap je hem? Best is niet prima, best is niet eens ok. Dus vertel, wat scheelt eraan?”
De mol legde een grote zanderige klauw op de das zijn schouder en liet hem even liggen. De das schuifelde door, zijn pootjes voor zich uitgestrekt als een blinde.
“Nee, d’r is niks hoor. Het is alleen koud, hé, voor de tijd van het jaar. Maar ik moet even…”
“Wacht eens even, meneertje, niet zo snel. Blijf nou toch staan en vertel maar eens aan de mol wat er aan de hand is. Want zo gaat dat niet. Arme ziel. Huil je?”
De das schoot overeind. Zijn gewrichten kraakten ervan.
“Hoe kom je erbij!”kreet hij, hoger dan normaal en hij voelde hoe zijn lippen in een grijns trokken. “Het gaat prima, joh, echt”.
Oppervlakkig, schoot door hem heen. Ze dwingen je tot oppervlakkig gezwets.
“Ach, das toch, kom kom. Voor mol hoef je je niet te schamen hoor. Ik ben wel wat gewend. Laat me raden. Liefdesverdriet? Is dat het? Of iemand dood? En dan die feestdagen, die je alleen moet zien door te komen? Nee? Winterdepressie dan? Algemene lethargie? Komt vaak voor hoor, zeker in deze tijd van het jaar.”
“Hé, mol, heus. Niets van dat alles” zuchtte de das, “het is niets, het is alleen maar koud, that’s all”.
“Weet je ’t zeker?” vroeg de mol. “want ik ben er om je te helpen, hé”
“Ja, ik weet het heel zeker”zei de das zo resoluut mogelijk, “het is alleen maar koud”.
“Tja, het is wel koud”gaf de mol toe, “zeker voor de tijd van het jaar…”
“En dat is het” zei de das, die weer begon te schuifelen.
“Weet je wat jij moet doen, das”, vervolgde de mol, “jij moet lekker je nestje in. Da’s veel warmer. Lekker onder de wol tot de zon weer opkomt morgen. Want die komt op hoor, reken maar van yes!”
“Ja, mol, dat kan ik wel doen ja”
“En dat zul jij zien, dan ziet de wereld er weer heel anders uit”.
En de mol aaide de das over zijn kop.
De das kuchte. “Nou, welterusten dan maar, mol”.
“Mooie dromen, maatje”
En toen de das terugschuifelde naar zijn warme nestje zag hij, verdomd als het niet waar was, een heel klein bleek flikkerend sterretje tussen de nevels door.
“Kitsch” dacht hij, terwijl hij zijn koppie oprichtte.
vrijdag 6 februari 2009

Religion is regarded by the common people as true, by the wise as false, and by the rulers as useful (Seneca)
Volkskrant over Paus Benedictus XVI
Cruelty and Violence in the Bible
dinsdag 3 februari 2009
maandag 2 februari 2009
de wet is een hoer
De wet, waardoor het rookverbod werd geactualiseerd, was een soort Arbo-constructie; recht op een rookvrije werkruimte. Daarin zaten gaten; want wat als de uitbater zonder personeel zelf rookt? Dan nog, zegt de Wet, met de mond van Klink; dan gaat hij, net als zijn klandizie maar buiten roken. Of in het rokershok, dat wel gemaakt mag worden, maar in kleine café’s niet gemaakt kán worden vanwege plaatsgebrek.
Na protest en burgerlijke ongehoorzaamheid (toch roken…foei nou toch) worden er boetes uitgedeeld, mensen aangenomen om te controleren, en weer een andere wet uit de kast getrokken; de kleine café’s plegen een economisch delict; concurrentievervalsing; als men daar wel kan roken en in andere café’s niet, dan is dat toch oneerlijk!? Driewerf foei en boetes en ga maar lekker failliet dan. Zo.
De wet wordt omgebogen en uit haar verband gerukt, al naar gelang het politici met een stokpaardje uitkomt.
Koopzondagen, nog zo iets. We zitten in een kredietcrisis, massa-ontslagen en al, je zou zeggen, geef ondernemers a break. Iemand moet toch belastinggeld genereren?
En daarbij; stimuleer de economie door werkenden een kans te geven hun geld op hun vrije dag uit te geven en zo het economische rad een draai te geven…
Neen, zeggen de reformatoren met dunne lippen. Die verfoeilijke en heidense koopzondagen, op zondag hoort men in de kerk, of een bordspel te doen met het gezin. De economie, ach wát! Het regeeraccoord, dat telt!
En ze halen er een wet bij (iets met toerisme) die te ruim geïnterpreteerd blijkt te zijn. Die trekken ze weer een enkellange rok aan, als het ware.
De wet is een hoer, die men al naar gelang uit haar slipje kunt scheuren, of vermanend een gebreide onderbroek aantrekt.
Zo ook in Italie; nieuwe regering, nieuw beleid; Kebabzaken moeten weg, vinden politici: ‘Shoarmazaken en kebabtenten besmeuren het straatbeeld van Italiaanse stadscentra, vinden centrum-rechtse politici in Italië. Bestuurders in de Noord-Italiaanse regio Lombardije bereiden daarom een wet voor die het mogelijk moet maken om ‘etnische restaurants’ te verwijderen.
‘Het is nodig om de autochtone commerciële filosofie te redden’, waarschuwde de regionale wethouder planologie Davide Boni, lid van de anti-immigrantenpartij Lega Nord die liefst ziet dat de Italianen de hele dag risotto en tortellini eten. ‘Onze vraag is van een hoogstaand cultureel niveau.’ (…) De wethouder wil de shoarmatenten onder meer weren ‘met het instellen van steeds strengere eisen op het gebied van regelgeving en hygiëne’. (Volkskrant, 2 feb 09)
Hygiene? Wat heeft dat met het ‘redden van de autochtone commerciële filosofie’ te maken?
Nou niks. Net zo min als dat het recht op een rookvrije werkplek iets met het rookverbod in de horeca te maken heeft, of toerisme iets met god of goddeloosheid.





