vrijdag 22 mei 2009

verhuizen...

Thesinge dus. Per half juni heb ik daar mijn nieuwe stulp, met voortuin en achtertuin, zicht op de 14e eeuwse kerk, en de kroeg die alleen zaterdagmiddag een paar uur open is. En een bad en een afwasmachine. En een schuurtje in de tuin. En een paard achter het dorpsschooltje. En dat paard heeft een veulentje. En ik wil een bootje om mee naar Groningen (stad) te varen. En een bakbrommer.
We gaan naar het platteland. Mooi!

woensdag 13 mei 2009

van je hiep hiep hiep hoeree!


Thesinge; 700 inwoners en een SRV-man... nooit gedacht dat ik daar zo gecharmeerd van zou zijn...

zaterdag 9 mei 2009

de begeergarage

Waar staat dat kreng toch! Hier was ze al geweest, maar nee, enkel glimmende opgepoetste begeertes.
Zo ziet die van haar er bepaald niet uit. Die is veel kleiner. En vaal oranje met paarse letters. Gedeukt, ook nog. Eigenlijk een heel shabby ding. Maar wel van háár. En kwijt.
Ze had er nog wel wat, grotere ook, en van het acceptabele soort. Daarvan wist ze precies waar ze waren. Maar daar had ze niet zoveel mee als met deze.
Ok, goed denken. Niet als een kip zonder kop rondjes gaan rennen nu.
Ze stopt naast een zilverkleurige begeerte. ‘Geld’ staat erop, in strass-steentjes. Daarnaast precies dezelfde. En twee plaatsen verder nog één. Net zo gewoon als de helderblauwe begeerte ‘Gezondheid’. Het staat er vol mee. Geen wonder dat ze hier het overzicht kwijtraakt.
Een appelgroen begeertetje heeft ze eerst als ijkpunt genomen. Die was wel apart, vond ze. In dikke dansende letters ‘Ik wil lief zijn’. Ze had er zelfs even iets bij gevoeld, maar dat was snel weer weg. Daarna kwam ze hem nog een paar keer tegen. Wijven, mompelde ze.
Veel vuurrode ‘Liefdes’ ook. Allemaal vlak naast elkaar in het gelid. Hoe kon je ooit nog de jouwe terugvinden. En dan de purperen ‘Schoonheid’. Die kennen we nou ook wel.
Maar waar was de hare?

“Zoekt u iets?” hoort ze vlak naast haar. Een knoestige man in vaalblauwe overal kijkt haar vriendelijk aan. Chef, staat er op zijn borstzakje.
“Ja. Mijn begeerte”. Natuurlijk, slikt ze nog net in.
“Natuurlijk”, glimlacht de chef; “wat anders. Hoe ziet hij eruit?”
Ze voelt het bloed naar de wangen stijgen.
“Nou, eh, klein, oranje met paars. Beetje gedeukt ook”.
“Oh, die”, grijnst de man, “ Ja, die heb ik een tijdje geleden weggehaald. Die viel nogal uit de toon, nietwaar? Daar werden vragen over gesteld”.
Haar hart maakt een sprongetje. “Maar waar…?”
“Hij staat nu veilig in het vak ‘Obscuur’. Kom, ik wijs het u even.”
En verrassend kwiek gaat hij haar voor langs de eindeloze stoet begeertes. Langs zilver, rood, blauw, paars, een incidentele donkergroene, de trap onderdoor, de bocht om.
En daar, ingeklemd tussen een fluorgele uitgerekte ‘Anarchie’, en een matzwarte ‘Wereldvrede’ staat hij.
Ze houdt haar adem in. Met een brede lach wendt ze zich tot de man. “Dank u”.
“Och”, de oude man grinnikt een beetje; “als het u gelukkig maakt, wie ben ik dan…”
Maar ze luistert niet meer. Ze streelt haar begeerte.

dinsdag 5 mei 2009

grote griet



Ze beklimt de Martinitoren. Ze baggert lachend door het zeeschuim.

En vandaag zat er een melktandje los...