woensdag 7 september 2011

links/rechts...

(quote;) "Het waren in de jaren vijftig de Limburgse kolenmijnen die als eerste begonnen met het werven van buitenlandse werknemers. In eerste instantie in Italië, Spanje en Portugal. Andere werkgevers, onder meer Philips, volgden dit voorbeeld. De aandacht verschoof in de jaren zestig naar Marokko en Turkije, landen met grote voorraden werkwilligen. 
Het ging snel. In 1960 telde Nederland 22 Turken en 3 Marokkanen met een werkvergunning. In 1975 werd de werving van 'gastarbeiders' stopgezet omdat de vraag naar arbeidskrachten als gevolg van de oliecrisis was opgedroogd. De teller stond toen op 1,8 miljoen niet-westerse allochtonen. 
Lang werd gedacht dat de gastarbeiders na afloop van hun arbeidscontract naar hun vaderland zouden terugkeren. Dat gebeurde niet. Integendeel. In de wervingscontracten stond dat na twee jaar werken de gastarbeider zijn gezin mocht laten overkomen. En dat gebeurde massaal. 
Als er al iets of iemand 'schuld heeft' aan de aanwezigheid van niet-westerse allochtonen in Nederland, dan moet Wilders bij het Nederlandse bedrijfsleven zijn.
Is 'links' dan verantwoordelijk voor de gebrekkige integratie van buitenlanders in de Nederlandse samenleving? Nee, dat is het gevolg van een besluit van het kabinet Van Agt-Wiegel (CDA en VVD) uit 1981. Toenmalig minister van Binnenlandse Zaken en VVD-coryfee Hans Wiegel presenteerde in dat jaar de Nota Minderheden, waarin behoud van eigen cultuur en taal tot uitgangspunt van overheidsbeleid werd verheven. Geen integratie, maar juist het tegenovergestelde. Blijf in eigen kring, luidde de opdracht die allochtonen meekregen. 
Hierin lag, naar later bleek, de basis voor de huidige integratieproblematiek. Dit is allemaal goed gedocumenteerd door een parlementaire onderzoekscommissie onder leiding van VVD-kamerlid Stef Blok die het Nederlandse integratiebeleid (of beter gezegd het ontbreken daarvan) tussen 1970 en 200o heeft onderzocht. Alle kabinetten sinds Van Agt-Wiegel dragen hiervoor verantwoordelijkheid. Wilders kent dit onderzoek en de conclusies van dichtbij, want hij was indertijd lid van de VVD-Tweede Kamerfractie". (/quote)
(quote:) 'In 1983 publiceerde de SP het rapport Gastarbeid en kapitaal, waarin de rol van gastarbeiders binnen de klassenstrijd uiteen wordt gezet. Conclusie van het rapport was dat opeenvolgende kabinetten hebben nagelaten een duidelijk immigratiebeleid te voeren ten aanzien van gastarbeiders en 'het kapitaal' geen strobreed in de weg hebben gelegd bij hun 'manipulaties' met gastarbeiders. Dit leidde volgens de SP enerzijds tot slechte woon- en werkomstandigheden en aanpassingsproblemen voor immigranten en anderzijds tot onbegrip tegenover nieuwkomers bij autochtone Nederlanders.
"Bij ons onderzoek zijn wij al vrij snel tot de konklusie gekomen dat de problemen vooral groot worden bij die mensen die van het platteland komen, de islamitiese godsdienst belijden en zich waarschijnlijk daardoor moeilijk kunnen aanpassen aan de werk- en leefgewoonten van ons land. Wij vinden die mensen hoofdzakelijk bij de uit Turkije en Marokko afkomstige gastarbeiders en hun gezinnen. De achterstand in ontwikkeling ten opzichte van ons land en de konsekwente opvattingen die zij over hun (islamitiese) geloof hebben, maken dat zij hoegenaamd kansloos in onze maatschappij staan."
De SP was met name bang dat het bestaan van gastarbeiders 'het kapitaal' de mogelijkheid gaf via een verdeel-en-heers-principe arbeiders af te houden van "de strijd die zij werkelijk moeten voeren".[8]
Als oplossing stelde de SP voor dat gastarbeiders een keuze moesten maken; in Nederland blijven of remigreren naar het geboorteland. Buitenlanders die kiezen voor een toekomst in Nederland dienen binnen enkele jaren de Nederlandse nationaliteit aan te nemen en
"zullen ook speciale kursussen moeten krijgen, waarbij voorrang zal moeten hebben de Nederlandse taal en vervolgens Nederlandse zeden en gewoonten. In ieder geval zullen zij, zoals een gemiddelde Nederlander ook, op de hoogte moeten zijn met wat hun rechten en plichten zijn."(/quote) bron: Wikipedia